Kieswet

Inhoud

Artikel E 12

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2023.
  1. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de andere leden van het hoofdstembureau, alsmede drie plaatsvervangende leden, worden tijdig voor elke verkiezing door burgemeester en wethouders benoemd.

  2. Als lid of plaatsvervangend lid van het hoofdstembureau kan worden benoemd degene die op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, met uitzondering van degene:

    1. die op de dag van de kandidaatstelling bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht is ontzet;

    2. die lid of plaatsvervangend lid is van het stembureau, gemeentelijk stembureau of centraal stembureau voor de desbetreffende verkiezing;

    3. die als lid van een hoofdstembureau bij een vorige verkiezing heeft gehandeld of een handeling heeft nagelaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde;

    4. die zich kandidaat heeft gesteld voor de desbetreffende verkiezing;

    5. die gekozen lid is van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.

  3. Artikel E 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

01-01-2026 Huidig 01-08-2025 Historisch 12-02-2025 Historisch 20-06-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-01-2026.

Tekst van deze versie

  1. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de andere leden van het hoofdstembureau, alsmede drie plaatsvervangende leden, worden tijdig voor elke verkiezing door burgemeester en wethouders benoemd.

  2. Als lid of plaatsvervangend lid van het hoofdstembureau kan worden benoemd degene die op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, met uitzondering van degene:

    1. die op de dag van de kandidaatstelling bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht is ontzet;

    2. die lid of plaatsvervangend lid is van het stembureau, gemeentelijk stembureau of centraal stembureau voor de desbetreffende verkiezing;

    3. die als lid van een hoofdstembureau bij een vorige verkiezing heeft gehandeld of een handeling heeft nagelaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde;

    4. die zich kandidaat heeft gesteld voor de desbetreffende verkiezing;

    5. die gekozen lid is van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.

  3. Artikel E 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Kieswet